Nederlandse techbedrijven haalden vorig jaar 2,64 miljard euro aan durfkapitaal op, meer dan ooit tevoren. Toch concludeert het net verschenen State of Dutch Tech-rapport iets ongemakkelijks: die groei vertaalt zich amper in bedrijven die daadwerkelijk doorgroeien naar wereldformaat. Zes jaar op rij laat hetzelfde beeld zien, en dat kunnen we ons volgens de opstellers niet langer veroorloven.
Het rapport verschijnt jaarlijks en geldt inmiddels als de belangrijkste graadmeter voor het Nederlandse techklimaat, vergelijkbaar met wat de AEX is voor de beursgenoteerde bedrijven. Achter de indrukwekkende hoofdcijfers gaat een structureel probleem schuil dat niet alleen techondernemers raakt, maar iedereen die een bedrijf wil laten groeien voorbij de grenzen van Nederland.
Waarom meer geld niet leidt tot meer scale-ups
Het cijfer dat opvalt: slechts 21,6 procent van de Nederlandse startups haalt ooit meer dan 10 miljoen euro op, tegenover een Europees gemiddelde van 24,1 procent. Ter vergelijking, in 2019 lag dat percentage nog op 13 procent, dus er is wel degelijk vooruitgang geboekt. Maar de kloof met de rest van Europa groeit sneller dan het Nederlandse ecosysteem hem dichtrijdt.
Met 11.301 actieve techbedrijven staat Nederland er internationaal goed voor qua aantallen. Wil je meer weten over waar dat kapitaal precies vandaan komt, dan is ons artikel over de investeringscijfers van het eerste kwartaal een goed vertrekpunt. Die instroom aan geld zagen we toen al aankomen, alleen blijkt nu dat het onvoldoende doorstroomt naar echte wereldspelers.
Steeds afhankelijker van Amerikaans geld
Bij de grotere financieringsrondes, tussen de 50 en 100 miljoen euro, is de rol van Amerikaanse investeerders in een paar jaar tijd verdriedubbeld naar 40 procent. Europese fondsen deden juist een stap terug, van bijna een derde naar 21 procent. Nederlandse scale-ups die willen doorgroeien, kloppen dus steeds vaker bij Amerikaanse durfinvesteerders aan in plaats van bij een Nederlandse of Europese partij.
Dat heeft een keerzijde. Wie zijn kapitaal uit de Verenigde Staten haalt, verkoopt op termijn ook vaak aan een Amerikaanse partij. De NOS berichtte eerder al dat nieuwe Nederlandse techbedrijven structureel achterblijven bij het omzetten van kennis in bedrijven die zelfstandig de wereldmarkt op gaan. Dat patroon herhaalt zich nu opnieuw in de cijfers van dit rapport.
Voor de bedrijven zelf hoeft dat geen ramp te zijn, een overname levert vaak een prima uitkomst op voor oprichters en investeerders. Voor het Nederlandse ecosysteem als geheel is het minder gunstig. Elke keer dat een veelbelovend bedrijf naar het buitenland verhuist, verdwijnen ook de hoofdkantoorfuncties, de kennis en de volgende generatie oprichters die daar normaal gesproken uit voortkomt.
Vrouwelijke oprichters groeien harder dan het gemiddelde
Een cijfer dat in het rapport bijna ondersneeuwt, verdient extra aandacht: bedrijven met een vrouw aan het roer groeien met 22 procent per jaar, harder dan de gemiddelde scale-up. Toch vormen zij nog maar 8 procent van alle Nederlandse scale-ups. Het Verenigd Koninkrijk zit op 13 procent, Duitsland op 11 procent.
Voor durfinvesteerders ligt hier een kans die nog grotendeels onbenut blijft. Voor vrouwelijke ondernemers is de boodschap misschien nog belangrijker: de cijfers weerleggen het idee dat vrouwelijke leiders minder hard groeien. Het tegendeel is waar, alleen starten er simpelweg te weinig vrouwen aan een scale-up om het gat met andere landen te dichten.
Grote ambities, kleine thuismarkt
Voor de meeste MKB-ondernemers voelt een landelijk rapport als dit misschien ver van hun bed. Toch is het onderliggende patroon precies hetzelfde patroon dat we op deze site al vaker beschreven: snelle groei zonder stevig fundament loopt vast. Alleen speelt het probleem zich nu af op nationale schaal in plaats van binnen een enkel bedrijf.
Het rapport is opgesteld door Techleap, in samenwerking met Dealroom, TNO en Invest-NL, en wijst ook op iets dat je als ondernemer direct raakt. Het volledige rapport laat zien dat groeibedrijven steeds vaker kapitaal zoeken buiten de gebruikelijke kanalen, precies zoals ondernemers die de bank overslaan voor financiering. Zodra de binnenlandse markt te krap wordt, zoeken ook grotere scale-ups naar alternatieve routes.
Wat dit voor jouw groeiplannen betekent
Wacht niet tot je bedrijf groot genoeg is om over internationalisering na te denken. De ondernemers die in dit rapport wel doorgroeien, bouwden hun netwerk met buitenlandse investeerders en klanten al op voordat ze het echt nodig hadden. Een Nederlandse thuismarkt van 18 miljoen mensen is voor een groeiend bedrijf al snel te klein, en wie daar te laat achter komt, verliest kostbare tijd aan het opnieuw opbouwen van relaties in het buitenland.
Kijk ook kritisch naar wie je aan tafel haalt voor je volgende financieringsronde. Amerikaans kapitaal brengt snelheid en schaal, maar ook andere verwachtingen over tempo, exitstrategie en zeggenschap. Een Europese of Nederlandse investeerder past soms beter bij het tempo dat jij voor ogen hebt, ook als die minder kapitaal op tafel legt. Groei is geen doel op zich, de vraag is met wie je die groei wilt realiseren.
Een paar zaken uit het rapport kun je vandaag al meenemen in je eigen groeistrategie:
- Zoek internationale klanten of partners voordat de Nederlandse markt te klein aanvoelt, niet erna.
- Bouw een netwerk met investeerders in meerdere landen, zodat je bij een volgende ronde keuze hebt in plaats van afhankelijkheid.
- Vraag jezelf bij elke investeerder af welke verwachtingen over tempo en zeggenschap erbij horen, niet alleen hoeveel kapitaal er op tafel komt.